Other notes by Rydeck:


Actief leren

by Rydeck
created with TinyPad



Actief leren

 

Ga actief om met de stof, in plaats van passief te lezen. Daardoor zul je beter begrijpen wat je leert en kun je het beter onthouden.

Oriënteer je op de leerstof

 

Om doelgericht en selectief te kunnen leren, is het goed de leerstof die je hebt verzameld eerst globaal te verkennen. (waarom?)

 

Daarbij vorm je je een beeld van de structuur en de kwaliteit van het materiaal, de belangrijkste concepten en de samenhang met kennis die je al hebt.

 

* Waar gaat het over?

* Hoe is het materiaal gestructureerd?

* Hoe moeilijk is het?

* Welke voorkennis heb je nodig?

* Wat zijn de relaties met wat je al weet?

 

Verkennen - Hoe doe je dat?

 

Gebruik de structuur die je in het materiaal kunt waarnemen. Beantwoord per concept, relatie of bewering in de leerstof bovenstaande vragen. Niet meer en niet minder. Bestudeer de stof nog niet inhoudelijk en lees nog niet de hele tekst.

 

Studieboeken zijn in het algemeen zeer goed gestructureerd. De structuur is eigenlijk op zichzelf al een geheugenhulp en een goede basis om de stof te verkennen. Maar er is ook zeer veel slecht gestructureerd materiaal, zoals slordige publicaties en geïsoleerd materiaal in kranten en tijdschriften, ondoordachte en amateuristische websites, readers en bundels met afzonderlijke wetenschappelijke publicaties. Daarnaast zul je vaak moeten werken met een ratjetoe aan informatie uit verschillende bronnen. Verken dit soort materiaal kritisch:

 

* Heb je het wel echt nodig? Wat mis je als je het niet leest?

* Is er niks beters beschikbaar?

* Kun je het lezen van dit materiaal uitstellen?

 

Vaak is het efficiënter met het goed gestructureerde materiaal te beginnen. Daarmee bouw je voorkennis op om het slecht gestructureerde materiaal te kunnen beoordelen. Misschien heb je het dan niet eens meer nodig of hoef je alleen nog maar bepaalde delen te lezen.

Maak een schema van de leerstof

 

Breng de leerstof in kaart met een visueel schema. Dit is een model van jouw bestaande kennis, de nieuwe informatie in de stof en de gedachten die je daarbij hebt. Met een visueel schema kun je beter nadenken en leren. Je ziet in één oogopslag structuur in de informatie en je komt makkelijker op nieuwe ideeën.

 

Ga daarbij uit van je leerdoelen en noteer bij elk doel welk materiaal van belang is.

Waarom is het nuttig tijd te besteden aan het verkennen van de leerstof ?

 

* Je kunt je eigen leerproces zo beter organiseren

o Je kunt vooraf de delen van het materiaal selecteren die van belang zijn voor wat je wilt leren

o Je ontdekt voorkennis die je nodig hebt, ofwel nieuwe leerdoelen

* Je kunt de nieuwe kennis beter onthouden

o Doordat je met behulp van een visueel_schema eerst een conceptueel raamwerk opbouwt en verbanden met bestaande kennis ontdekt, kun je nieuwe kennis beter onthouden door associatie. Je geheugen werkt nu eenmaal beter als je verbanden ziet tussen de nieuwe kennis en de kennis die je al hebt.

o Als je eenmaal de weg weet te vinden in de leerstof, kun je deze gericht verwerken op basis van vragen die je jezelf stelt.

* De stof benaderen vanuit je eigen leerdoelen is leuker dan alles bladzijde voor bladzijde lezen

 

Structuur in de tekst waarnemen

 

Het is belangrijk om structuur in de leerstof waar te nemen. (waarom?) Daarbij onderscheid je de belangrijkste concepten, de relaties daartussen en de beweringen erover van de auteur.

Hoe herken je structuur in de tekst?

 

* Lees de paragraaftitels, de eerste zinnen van de belangrijkste paragrafen en tussenkopjes. Deze vertellen waar de tekstdelen over gaan en meestal is dat voldoende om de belangrijkste ideeën te begrijpen.

* Let op signaalwoorden waarmee de auteur de structuur en gedachtegang aangeeft. Er zijn verschillende soorten signaalwoorden:

o Opsomming: ten eerste, en, eveneens, zowel ... als, tevens, daarbij, vervolgens, bovendien, verder, ook, een andere, daarnaast, ten slotte, tot slot.

o Toelichting/voorbeeld: zoals, bijvoorbeeld, zo, een voorbeeld, dat blijkt uit, dat komt voor bij, ter illustratie, onder andere, neem nou, u kent het wel, ter verduidelijking.

o Volgorde: eerst, vervolgens, dan, daarna, later, voorafgaand, toen, terwijl, voordat, nadat, zodra, intussen, vroeger.

o Oorzaak/gevolg: door, waardoor, daardoor, doordat, zodat, te danken aan, te wijten aan, als gevolg van, dientengevolge, had als gevolg, wegens.

o Doel/middel: om ... te, door te, door middel van, met behulp van, opdat, daarmee, daartoe, teneinde, met als doel, daarvoor.

o Voorwaarde: als, indien, mits, wanneer, tenzij, stel dat, in het geval, aangenomen dat.

o Reden/verklaring: want, omdat, dat blijkt uit, hierom, derhalve, aangezien, vanwege, wegens, namelijk, immers, daarom.

o Vergelijking: net als, zoals, evenals, hetzelfde als, in vergelijking met, vergeleken met.

o Tegensteling of contrast: enerzijds/anderzijds, niettemin, toch, echter, maar, daarentegen, toch, integendeel, in plaats van, in tegenstelling tot, daar staat tegenover, desondanks.

o Mate van belangrijkheid: erg, zeer, bijzonder, meest.

o Samenvatting of conclusie: dus, kortom, concluderend, samenvattend, hieruit volgt, uiteindelijk, hieruit kunnen we afleiden, samengevat, alles bij elkaar, met andere woorden, al met al, daarom, dat houdt in, alles overziend, alles afwegend, slotsom.

* Let op sleutelwoorden die inhoudelijk belangrijk zijn en die essentieel zijn voor het begrijpen van een tekst of een tekstgedeelte. In deze cursus "Actief Leren" worden de sleutelwoorden extra benadrukt (in de meeste browsers vetgedrukt).

* Lees definities, stellingen, hypotheses, voorbeelden e.d.

* Bekijk modellen, diagrammen, grafieken e.d. en lees de onderschriften

* Let op de indeling van de tekst in alinea's. Een nieuwe alinea gaat meestal over een ander onderwerp. In de eerste alinea geeft de auteur vaak aan waar het over gaat. In de laatste alinea vat hij het beknopt samen.

* Zoek de kernzin waarin het belangrijkste van de alinea staat. Vaak is dat de eerste, tweede of laatste zin.

* Woorden in een afwijkende druk (vaak vet, cursief of onderstreept) zijn meestal extra belangrijk.

 

Structuur herkennen in een studieboek

 

* Bekijk de in de inhoudsopgave. Deze geeft in feite in een oogopslag de structuur van het hele boek aan.

* Lees de korte beschrijving op de achterflap.

* lees de studieaanwijzingen in de inleiding of het voorwoord

* Lees de titelen inleiding van de belangrijkste hoofdstukken. Uit de titel blijkt vaak al waar het over gaat.

* Lees de conclusies of samenvatting

 

Structuur herkennen in een website

 

* Bekijk de titel in de browserbalk

* Lees de inleidende tekst op de homepage

* Lees de informatie over de site. Die zit vaak achter een link About.

* Bekijk de sitemap (als die er is) met de structuur van de site. Of blader door de hyperlinks binnen de site om de structuur te ontdekken.

 

Standaard-structuur in een betoog

 

Inleiding

Hierin wordt duidelijk gemaakt wat het onderwerp van de tekst is en welke aspecten van het onderwerp worden behandeld.

 

Kern

Hierin worden een of meer aspecten van het onderwerp behandeld. De kern van een tekst bestaat meestal uit een aantal blokken: voor elk aspect van het onderwerp of elke denkfase van het betoog een apart blok.

 

Slot

Een samenvatting of een conclusie.

Hoe geef je de structuur weer?

 

Een uitstekende manier om de structuur weer te geven is een visueel schema. Gebruik hiervoor bijvoorbeeld het volgende model:

 

1. Begin met de belangrijkste concepten in het schema te noteren.

2. Geef relaties aan met lijnen en pijlen.

3. Verbind aan elk concept of relatie de beweringen die de auteur erover doet.

 

Op deze manier kun je het schema goed gebruiken en uitbreiden bij het verwerken van ander materiaal. De belangrijkste concepten blijven ongeveer hetzelfde en je kunt hieraan nieuwe informatie en beweringen van een andere auteur verbinden.

Waarom is het belangrijk structuur in de tekst waar te nemen?

 

Door de structuur in de tekst waar te nemen ben je beter in staat om:

 

* De stof te verkennen.

* Doelgericht te lezen.

* Vragen en leerdoelen te bedenken.

* Een samenvatting van de stof te maken

 

Visueel schema

 

Visueel schema: Wat? Waarom? Hoe? Toepassingen

 

Een visueel schema is een model van gedachten, informatie of kennis. (voorbeelden) Met een visueel schema kun je beter nadenken en leren. Je ziet in één oogopslag structuur in de informatie en je komt makkelijker op nieuwe ideeën.

 

In een visueel schema stel je begrippen bijvoorbeeld voor met een symbool, een woord of een korte zin in een cirkel. Een begrip kan van alles zijn, zoals:

 

* een vraag ("Waar gaan we naartoe op vakantie?")

* een idee ("Trektocht door de Grand Canyon")

* een taak ("Prijzen van tickets vergelijken")

* een concreet object ("Wandelschoenen")

 

Een lijn tussen twee begrippen geeft een relatie aan. De betekenis van de relatie geef je aan met een symbool, een woord of een korte zin op de lijn. Het kan een vage relatie zijn ("dit heeft te maken met dat"), of een heel concrete ("dit veroorzaakt dat").

 

Zo'n visueel schema sluit beter aan bij de werking van de hersenen dan een traditionele lineaire tekst. Je hersenen werken niet tekstueel en lineair. Daarom verloopt het lezen en schrijven van tekst langzaam en kost het veel energie.

 

Er zijn in de loop der tijd verschillende technieken ontwikkeld om een visueel schema te maken. Het bekendst zijn de mind map volgens Tony Buzan en de concept map volgens Joseph D. Novak. Bij de mind map gaat het vooral om de vrije en creatieve expressie, bij de concept map ligt de nadruk op het ontwerpen van een structuur. De verschillen tussen deze technieken zitten verder met name in de vorm- en tekenvoorschriften. Andere typen zijn de idea map en de concept web. We vatten hier al deze deze technieken onder het begrip visueel schema. Volg je gevoel en gebruik de technieken die het beste aansluiten bij jouw persoonlijke leerstijl.

Waarom een visueel schema maken?

 

* Beter leren en onthouden

o Je kunt meer gegevens onthouden. Bij het lezen, rekenen, leren en dergelijke rationele activiteiten maak je vooral gebruik van je linker hersenhelft. Met een visueel schema maak je meer gebruik van je rechter hersenhelft, waar de visuele en creatieve activiteiten voornamelijk plaatsvinden. Juist met dat deel van je hersenen kun je meer gegevens onthouden.

o Je kunt bestaande kennis in een visueel schema weergeven, nieuwe kennis toevoegen en verbanden aangeven. Dit maakt het makkelijker de nieuwe kennis te onthouden met behulp van associaties. (waarom?)

o In een visueel schema kun je vormen, kleuren en symbolen gebruiken. Je ziet de informatie daardoor als een beeld in plaats van een tekst. Beelden werken goed, omdat wij een krachtig visueel geheugen hebben. Daarvan maak je ook gebruik bij de geheugentechniek verbeelden.

* Overzicht houden

o Een visueel schema kun je in alle richtingen uitbreiden, terwijl het geheel overzichtelijk blijft. Met een lineaire tekst is dat veel moeilijker.

o Je ziet in één oogopslag de belangrijkste begrippen en de onderlinge verbanden.

o Je kunt snel en makkelijk structuur aanbrengen bij het genereren van ideeën of het maken van aantekeningen.

* Stimuleert de creativiteit

o Je kunt heel snel je ideeën op papier zetten. Je wordt daarbij niet geremd, zoals bij tekstschrijven. Daardoor kom je makkelijker op nieuwe ideeën.

o Je ziet in een visueel schema snel tegenstrijdigheden of witte plekken in de informatie. Hierdoor word je geprikkeld om jezelf nieuwe vragen en leerdoelen te stellen.

 

"By visualizing your goals, you can get your subconscious to work toward making these mental pictures come true."

 

Success Magazine.

Hoe maak je een visueel schema?

 

Een mind map volgens de regels van Buzan maak je als volgt: (voorbeelden)

 

1. Een mind map bestaat uit een centraal woord of begrip in een cirkel.

2. Vanuit deze cirkel trek je lijnen en daarop schrijf je de belangrijkste begrippen die ermee te maken hebben.

3. Door deze stap voor elk van de buitenste begrippen telkens te herhalen kun je een mind map zo gedetailleerd maken als je wilt.

4. Vertakkingen die met elkaar samenhangen kun je markeren door er een cirkel omheen te trekken.

 

Een concept map volgens Novak maak je als volgt: (voorbeelden)

 

1. Schrijf alle begrippen over een onderwerp op die je maar te binnen schieten.

2. Rangschik ze van abstract naar concreet.

3. Groepeer samenhangende begrippen bij elkaar.

4. Noteer elk begrip in een cirkel op een groot vel papier.

5. Verbind de nabijgelegen cirkels met een lijn en bedenk bij elke lijn een uitspraak die de relatie tussen de beide begrippen aangeeft.

 

Enkele suggesties om een visueel schema te verrijken:

 

* Bij een relatie kun je een richting aangeven door een pijl te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan een oorzaak/gevolg-relatie, of een volgorde.

* Het symbool, het woord of de korte tekst bij een relatie moet een betekenisvol verband uitdrukken.

* Met name bij een mind map geldt: visueel in plaats van tekstueel. Maak zoveel mogelijk gebruik van illustraties, tekeningen of cartoons en noteer je tekst uitsluitend in sleutelwoorden.

* Gebruik vormen als vierkanten, cirkels, driehoeken etc. om gelijksoortige gebieden of begrippen te markeren. Bijvoorbeeld: in een probleemanalyse markeer je alle problemen met een rode driehoek en alle mogelijke oplossingen met een groene cirkel.

* Gebruik kleuren, bijvoorbeeld om gelijksoortige ideeën te markeren (vragen oranje, antwoorden groen), of om leerdoelen en verdiepingsvragen te markeren.

* Gebruik een bepaalde kleur of een symbool om begrippen te markeren waaraan je nog moet werken. Of voeg een vraag of leerdoel toe aan de concept map.

* Geef ook relaties aan tussen begrippen die op afstand van elkaar in je mind map staan. Teken bijvoorbeeld een grote pijl in een afwijkende kleur.

 

Algemene tips:

 

* Laat in het begin veel ruimte vrij, zodat je later makkelijk ideeën en verbanden kunt toevoegen.

* Schrijf de begrippen in hoofdletters. Daarmee stimuleer je jezelf om het kort te houden. Bovendien is tekst in hoofdletters beter te lezen in een diagram.

* Maak een visueel schema snel, zonder pauzes en zonder gelijk te oordelen over wat je opschrijft. Hiermee bevorder je creatief en niet-lineair denken. In eerste instantie gaat het erom de belangrijkste begrippen en verbanden in beeld te brengen, niet om een logisch en lineair betoog te schrijven.

* Stel bij een idee de vragen: Waarom? Hoe? Wat? Waar? Wie? Wanneer? Hierdoor kom je vanzelf op nieuwe ideeën.

 

Toepassingen

 

* Leren

o Je kunt effectiever leren door een eigen samenvatting van de leerstof te maken. Dat kan heel goed in de vorm van een visueel schema. Hierdoor herken je structuren, kun je de stof beter onthouden en zul je actiever nadenken over wat je leest. Tip: gebruik een andere kleur voor je eigen kanttekeningen en vragen bij het materiaal.

o Als je begint met het verkennen van de leerstof is een visueel schema een uitstekende manier om de structuur van de informatie in kaart te brengen. Vaak wordt daardoor duidelijk dat het aantal belangrijke nieuwe begrippen eigenlijk wel meevalt.

o Maak een schema met de waarnemingen, feiten, logische gevolgtrekkingen, aannames en opinies bij het kritisch analyseren van een argumentatie.

o Gebruik een visueel schema om oude kennis terug in je herinnering terug te roepen voor je nieuwe kennis opneemt.

o Ideeën onderzoeken. Oefening: maak een concept map rond de vraag: Wie/wat/waar wil ik over 5 jaar zijn?

o Een visueel schema kan in het onderwijs gebruikt worden als diagnostisch instrument. Een docent kan aan de hand van een visueel schema van een student zien of de student weet welke begrippen relevant zijn, welke verbanden hij heeft herkend en welke kennisrepresentatie hij heeft gemaakt.

o Een visueel schema is een uitstekend hulpmiddel om aantekeningen te maken van je eigen denkproces. Misschien kun je het ook gebruiken om aantekeningen te maken tijdens een voordracht of college, maar dit vergt misschien enige oefening.

* Produceren

o Schrijven. Heb je weleens een writer's block? Probeer eens vanuit de structuur te ontwerpen met een visueel schema, in plaats van gelijk tekst te schrijven. Dit kan een goed hulpmiddel zijn, zowel bij creatief schrijven als bij het schrijven van gestructureerde teksten.

o Complexe informatiestructuur ontwerpen. Een visueel schema is een uitstekend instrument voor het ontwerpen van de conceptuele structuur van bijvoorbeeld een boek of een website.

o Een visueel schema kun je uitstekend gebruiken om de onderwerpen te noteren voor een presentatie. Zorg dat het op 1 A4-tje past. Je kunt zo'n schema ttijdens je presentatie veel makkelijker aflezen dan een tekst. Vooral de verbanden tussen bepaalde onderwerpen zie je veel sneller.

o Gebruik visuele schema's als verhelderende illustraties in een rapport of website. Het voordeel is dat je ze altijd kunt gebruiken, zelfs bij zeer saaie of abstracte onderwerpen waarbij je niet makkelijk andere illustraties kunt bedenken.

* Communiceren

o Een concept map is een uitstekend handvat om een complex idee aan anderen over te brengen. Bijvoorbeeld in een vergadering of presentatie, maar ook in een informeel gesprek.

o Of je nu alleen werkt of in een groep, een visueel schema is een uitstekend hulpmiddel om ongeremd ideeën te genereren bij het brainstormen. Elk idee dat je noteert roept bij de deelnemers nieuwe ideeën op en die kun je in een schema onmiddelijk een plaatsgeven. Hiermee kun je bovendien gelijk de verbanden zichtbaar maken die de deelnemers kennelijk zien.

o Begrippen verhelderen. Met een visueel schema kun je een begrip op hoofdlijnen overzichtelijk in kaart brengen, zonder dat je je zorgen hoeft te maken om de precieze formulering of over taal en spelling.

 

"You must first clearly see a thing in your mind before you can do it."

 

Alex Morrison.

Aanbevolen websites

 

* Concept mapping - Links naar goede websites over concept mapping en mind mapping.

* Periodiek systeem van de visualisatie (Engels) - Een systematisch overzicht van de verschillende manieren om ideeën visueel weer te geven.

* Freemind is open source (lees: gratis) software voor het maken van een concept map of mind map.

* CmapTools is software waarmee je kennis kunt construeren, navigeren, delen en bekritiseren in de vorm van concept maps. De software is gratis voor persoonlijk gebruik en gebruik in het onderwijs.

 

Voorbeelden van concept maps en mind maps

 

* Voorbeelden gemaakt met de commerciële software Inspiration.

* De Mind Map Gallery van Buzan Centres.

 

Waarom kun je met visuele schema's beter leren en onthouden?

 

Volgens sommige leertheorieën (met name die van David Ausubel) vindt leren plaats door een netwerk van concepten te construeren (ofwel associaties) en hieraan nieuwe concepten en verbanden toe te voegen. Prof. Joseph D. Novak heeft hierop in de jaren 60 van de vorige eeuw het idee van de concept map ontwikkeld. In de woorden van Novak:

 

"Meaningful learning involves the assimilation of new concepts and propositions into existing cognitive structures."

 

Met de visuele structuur van een concept map kun je concepten en verbanden beter verwerken dan met een lineaire tekst, die je eerst moet lezen en interpreteren.

 

Stel vragen

 

Na het verkennen van de leerstof is het goed eerst gerichte vragen te formuleren. (waarom?) Aan de hand van deze vragen bestudeer je de relevante delen van de stof en verwerf je doelgericht bepaalde kennis en inzichten. Elke vraag is in feite een leerdoel. De vragen stimuleren je om actief na te denken, verbanden te ontdekken en kritisch en selectief te lezen.

 

Studeren aan de hand van vragen kun je toepassen op verschillende niveaus. Begin met globale vragen over de leerstof als geheel. Gaandeweg verzamel je steeds specifiekere vragen, per studieperiode, hoofdstuk of onderdeel.

Wat voor vragen kun je bedenken?

 

* Soorten vragen

Er zijn verschillende soorten vragen te onderscheiden met een oplopende moeilijkheidsgraad. De moeilijkere soorten vragen prikkelen tot nadenken en bevorderen daarmee het leerproces.

* Tips

Enkele praktische tips voor het bedenken van vragen bij de leerstof.

 

"Questions focus our thinking. Ask empowering questions like: What's good about this? What's not perfect about it yet? What am I going to do next time? How can I do this and have fun doing it?"

 

Charles Connolly.

Wat doe je met de vragen?

 

Je kunt de vragen die je formuleert op verschillende manieren gebruiken:

 

* Noteer elke vraag in een tekstbestand of op een apart vel papier en schrijf er later een samenvatting van de antwoorden en aantekeningen bij.

* Voeg de vragen toe aan het visueel schema van de leerstof dat je gemaakt hebt.

* Neem de vragen met antwoorden die je uit je hoofd wilt leren op in een vragenbank. Dit werkt vooral goed met kennisvragen.

* Gebruik de vragen als leerdoelen om je leerproces te sturen en de voortgang te bewaken.

 

Waarom is het goed vooraf vragen te bedenken?

 

* Je kunt aan de hand van je eigen vragen doelgericht bepaalde onderdelen van een grote hoeveelheid leerstof verwerken.

* Je kunt naar eigen inzicht structuur aanbrengen in de leerstof. Dit is vooral van belang als het materiaal slecht gestructureerd is of als je met veel verschillend materiaal moet werken.

* Je kunt in de gaten houden op welke vragen je het antwoord geleerd hebt. Daarmee kun je je voortgang bewaken.

* Je kunt de vragen gebruiken om een vragenbank te vullen en zo de stof systematisch te herhalen tot je alle antwoorden feilloos kunt onthouden.

* Je ontdekt of je de leerstof goed begrijpt en waar de moeilijkheden zitten.

* Je stimuleert jezelf om na te denken over het onderwerp.

* Je ontdekt hiaten in de leerstof, dat wil zeggen: vragen die je na het verwerken van alle stof nog niet kunt beantwoorden.

* Je kunt oude kennis met goed gekozen vragen eerst terugroepen in je geheugen, zodat je de nieuwe kennis beter kunt onthouden.

* Je kunt met goed gekozen vragen verbanden leggen dwars door de leerstof heen, zodat je makkelijker associaties maakt en de nieuwe kennis beter kunt onthouden.

* Door de vragen als uitgangspunt te nemen kun je de leerstof kritisch en doelgericht lezen.

 

Soorten vragen

 

Je kunt 6 soorten vragen onderscheiden met een toenemende moeilijkheidsgraad.

 

1. Kennis

2. Inzicht

3. Toepassing

4. Analyse

5. Synthese

6. Evaluatie

 

(waarop is deze indeling gebaseerd?)

 

De moeilijkere soorten vragen prikkelen tot nadenken en bevorderen daarmee het leerproces. Vaak roept een vraag op een hoger niveau vanzelf vragen op op een lager niveau. Doordat je zo allerlei verbanden legt zul je de kennis beter begrijpen en het makkelijker onthouden.

1. Kennis

 

Een kennisvraag is er op gericht dat je bepaalde feitelijke informatie kunt onthouden en het later kunt reproduceren.

 

* Feiten en gebeurtenissen.

In welke landen is op 1-1-2002 de euro ingevoerd?

* Opsommingen.

Wat zijn de belangrijkste bodemschatten in Zuid-Afrika?

* Definities.

Wat verstaan we onder "werkeloosheid"?

* Beschrijvingen.

Wat is een tachograaf en hoe wordt het gebruikt?

* Feitelijke verbanden.

Wie was Albert Einstein en wat was zijn betekenis voor de Natuurkunde?

* Herkennen en aanwijzen.

Waar zitten de nieren?

 

Kennisvragen zijn erg geschikt om op te nemen in een vragenbank.

2. Inzicht

 

Over inzichtvragen moet je meestal even nadenken, je moet de relevante leerstof onderkennen en het antwoord in eigen woorden weergeven. Je moet de leerstof kunnen uitleggen.

 

* Selecteren en samenvatten

Welke geografische factoren zijn van invloed op de economische positie van Rotterdam?

* Een verklaring geven

Hoe kwam Hitler aan de macht?

* In eigen woorden weergeven

Hoe planten spinnen zich voort?

* Een tekening maken van

Hoe zit de menselijke bloedsomloop in elkaar?

* Voorspel gevolgen

Wat gebeurt er met de werkeloosheid als de inflatie stijgt?

* Voorbeelden geven

Noem een groot staatsman.

* Uitleggen

Wat bedoelde Hamlet toen hij zei "To be or not to be, that is the question?"

* Grote lijnen aangeven

Hoe is het Koninkrijk der Nederlanden ontstaan?

* Beschrijven

Wat is het periodiek systeem der elementen?

* Verschillen en overeenkomsten aangeven

Hoe zou een regeerakkoord tussen socialisten en liberalen eruit kunnen zien?

 

"Every clarification breeds new questions."

 

Arthur Bloch.

3. Toepassing

 

Bij toepassingsvragen moet je de leerstof in een onbekende situatie gebruiken om een probleem op te lossen.

 

* Een plan ontwikkelen

Hoe zou de regering van Italië de werkeloosheid kunnen bestrijden?

* Oplossingen voorstellen

Hoe kunnen we het fileprobleem oplossen?

* Aantonen dat

Bewijs dat er niet een grootste priemgetal is.

* Laten zien hoe

Hoe kun je een computer gebruiken bij het leren?

* Kennis gebruiken in een situatie

Hoe zou je eerste hulp verlenen aan dit slachtoffer met ademhalingsproblemen?

* Concrete gevallen toetsen aan abstracte definities

Welke landen zijn volgens deze definitie socialistisch?

* Een opgave oplossen of berekening maken

Wat is de snelheid waarmee een kogel van 1 kg de grond raakt als die op aarde op 1 meter hoogte wordt losgelaten en je de luchtwrijving mag verwaarlozen?

 

"A quick question is one that was formulated quickly, thus greatly increasing the time needed for getting a useful answer."

 

Yukka Korpela.

4. Analyse

 

Bij analysevragen breek je de leerstof op en breng je de onderdelen met elkaar in verband. Daarvoor moet je kritisch en diepgravend studeren. Analysevragen zijn essentieel om kennis uit een leersituatie toe te kunnen passen in de praktijk.

 

* In delen splitsen

Welke milieurisico's brengt een kerncentrale met zich mee?

* Patronen beschrijven

Welke oorzaken kun je na het bestuderen van de Russische en Amerikaanse revoluties aangeven voor het ontstaan van revoluties?

* Bewijzen voor conclusies aangeven

Onderbouw of weerleg de volgende stelling: de perceptie van de kwaliteit van de gezondheidszorg door het publiek stemt niet overeen met de objectieve kwaliteit.

* Classificeren

Is milieuvervuiling primair een technisch, economisch of politiek probleem?

* Onderzoeken

Heeft het regeringsbeleid in de periode 2002-2004 wezenlijk bijgedragen aan het drastisch reduceren van de werkeloosheid in die periode?

* Vergelijken

Vergelijk deze cursus "Actief Leren" met het hoofdstuk "Studiemethoden" in de gids "Studeren" van NRC Handelsblad.

 

5. Synthese

 

Synthesevragen zijn er op gericht onderdelen samen te brengen tot iets nieuws. Je moet creatief omgaan met kennis en inzichten. Bij synthesevragen zijn zeer uiteenlopende antwoorden mogelijk.

 

* Ontwerpen

Ontwerp de ideale stad.

* Scheppen

Schrijf een toneelstuk dat jouw leven weergeeft.

* Samenstellen

Schrijf een regeerakkoord op basis van je eigen politieke overtuigingen, als je 50/50 moet samenwerken met een andere politieke partij.

* Schrijven

Schrijf een artikel voor een zaterdagkrant over jouw oplossing voor het fileprobleem.

* Ontwikkelen

Ontwikkel een computersimulatie waarmee je de oplossing van een derdegraads vergelijking kunt benaderen.

* Voorspellen en extrapoleren

Wat zou er gebeuren als het gebruik van softdrugs zou worden verboden?

* Combineer kennis op verschillende terreinen

Wat zijn de potentiële economische gevolgen van de uitbraak van een ernstige ziekte in de veehouderij.

 

"Millions saw the apple fall, but Newton was the one who asked why."

 

Bernard M. Baruch.

6. Evaluatie

 

Een evaluatievraag is gericht op een beargumenteerd oordeel en standpunt. Je beoordeelt een idee op zijn waarde, kiest uit verschillende oplossingen voor een probleem, of je beoordeelt een kunstwerk. Je ontwikkelt en verdedigt een opinie. De beantwoording van evaluatievragen is mede gebaseerd op je persoonlijke overtuigingen.

 

* Concluderen

Zou de oorspronkelijke evolutietheorie van Darwin naar hedendaagse maatstaven stand houden?

* Beargumenteren

Is het huidige economisch systeem in Nederland het definitieve systeem?

* Waarde aangeven

Wie is de beste parlementariër?

* Bekritiseren

Wat zijn de zwakke punten van de troonrede van dit jaar?

* Kiezen en de keuze rechtvaardigen

Zou invoering van de doodstraf een goede zaak zijn?

* Besluiten

Hoeveel maanden celstraf zou je geven aan iemand die schuldig is aan een verkeersongeval met dodelijke afloop?

 

Waarop is deze indeling gebaseerd?

 

De indeling van vragen en leerdoelen die we hier gebruiken staat bekend als de Taxonomie van Bloom. Het is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog Benjamin Bloom, als algemeen model voor de doelstellingen van het leerproces. We gebruiken hier de categorieën in het cognitieve domein van dit model.

 

Tips voor het bedenken van vragen over de leerstof

 

Om te beginnen is het belangrijk structuur waar te nemen in de leerstof. Vervolgens kun je als volgt vragen bedenken:

 

* Stel bij elke definitie van een begrip de vraag "Wat is een <begrip>?" of "Wat betekent <begrip>?".

* Stel telkens als in de stof een verband wordt aangegeven de vraag: Wat hebben deze zaken met elkaar te maken?

* Stel bij elke bewering de vraag "Waarom is dat zo?"

* Draai een feitelijke mededeling om in een vraag. ("De euro werd ingevoerd op 1-1-2002" wordt "Wanneer werd de euro ingevoerd?").

* Stel bij elk mechanisme de vraag "Hoe werkt het?"

* Stel bij elke gebeurtenis de vraag "Wie waren erbij betrokken?"

* Stel bij elke gebeurtenis de vraag "Waar en wanneer vond dit plaats?"

* Maak gebruik van de toetsopgaven en oefeningen in de leerstof.

 

Wat voor vragen werken het best?

 

* Vragen die een uitdaging voor je zijn en die je prikkelen om aan de slag te gaan.

* Vragen die je in de praktijk van je opleiding of werk tegen kan komen.

* Vragen waarmee je verbanden met andere delen van de leerstof legt.

* Vragen die oude kennis terugroepen in je geheugen, zodat je de nieuwe kennis beter kunt onthouden.

 

Hoger-niveau vragen

 

Er zijn verschillende soorten vragen. Bij de hoger-niveau vragen heb je inzicht in de stof nodig hebt, moet je de theorie toepassen, moet je de leerstof analyseren, moet je nieuwe kennis construeren of moet je iets beoordelen. Zulke moeilijkere vragen prikkelen tot nadenken en bevorderen daarmee het leerproces.

 

Enkele suggesties voor hoger-niveau vragen:

 

* Wat is het verband tussen ...?

* Wat zijn de oorzaken/gevolgen van ...?

* Wat zijn de voordelen/nadelen van ...?

* Hoe kan ik dit toepassen?

* Welke bewijzen zijn er voor...?

 

Kritische vragen

 

Vragen die je helpen kritisch te denken:

 

* Is dit waar?

* Waarom is dat zo?

* Is dat een feit of een mening?

* Zijn de feiten verifieerbaar?

* Hoe komt de auteur tot zijn conclusie?

* Waarom is dit belangrijk?

* Hoe werkt dat dan?

* Komt deze informatie van een betrouwbare bron? Wat zeggen andere bronnen daarover?

* Is het taalgebruik van de auteur neutraal of emotioneel geladen?

 

Doelmatig leren

 

Je kunt jezelf ook vragen stellen om doelmatiger te leren:

 

* Heb ik dit eigenlijk wel nodig? Wil ik dit leren?

* Wat moet ik eerst leren om dit te kunnen begrijpen?

* Is dit de beste informatie over het onderwerp, of kan ik beter iets anders zoeken?

 

Als het niet lukt vragen te bedenken

 

Als je ergens echt geen vraag bij kunt bedenken dan stel je de vraag: Wat kan ik hiervan leren?. In feite ben je dan nog bezig met het verkennen van de leerstof.

 

Lezen

 

Lees de tekst per onderdeel, één-voor-één. Een onderdeel kan een hoofdstuk zijn, een grote paragraaf, een op zichzelf staand artikel of een webpagina.

 

Ga per onderdeel doelgericht te werk: (waarom?)

 

1. Zoek antwoord op je vragen

2. Verwerk de informatie tijdens het lezen

 

Zoek antwoord op je vragen

 

* Lees de tekst met een doel voor ogen: antwoorden vinden op de vragen die je eerder hebt bedacht.

* Maak daarbij gebruik van de structuur die je in de tekst kunt waarnemen.

* Noteer eventuele nieuwe vragen die bij je opkomen. Een visueel schema is hiervoor een uitstekend hulpmiddel.

* Formuleer antwoorden in je eigen woorden en noteer deze bij de vragen.

 

Verwerk de informatie

 

* Maak gaandeweg een visueel schema van de relevante informatie. Hou aantekeningen bij. Schrijf een samenvatting.

* Let er op dat je begrijpt wat je leest. Stop! Denk er even over na. Vertraag bij moeilijke onderdelen. Lezen mag tijd kosten.

* Kijk tussendoor terug en vooruit in de tekst, zodat je de grote lijn in de gaten houdt en verbanden ontdekt.

* Herlees de elementen die de structuur van de tekst aangeven, zoals titels, tussenkopjes, onderschriften e.d. In feite herhaal je daarmee het verkennen van de tekst.

* Lees kritisch. Trek de conclusies van de auteur in twijfel. Zoek naar antwoorden op je vragen. Analyseer de argumentatie van de auteur. Maak onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken.

 

In de leerstof worden vaak allerlei abstracte begrippen geïntroduceerd. Je kunt die begrippen echter niet direct opnemen. Je moet de abstracties mentaal opbouwen door de begrippen in de leerstof te concretiseren. Tips:

 

* Bedenk voorbeelden bij de leerstof. Gebruik hierbij je eigen ervaring, zoek in de leerstof of zoek op Internet.

* Ga na wat de praktische consequenties zijn van een bepaald idee.

* Stel je een bepaalde situatie voor.

* Bedenk een toepassing.

* Gebruik de kennis in de leerstof om alledaagse gebeurtenissen te interpreteren.

 

"Reading furnishes the mind only with materials of knowledge; it is thinking that makes what we read ours."

 

John Locke.

Tips

 

* Concentratie is belangrijk om effectief te lezen.

* Maak onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. De tekst bestaat vaak voor een groot deel uit inleiding, onderbouwing, voorbeelden, toelichtingen etc. Die kun je sneller en oppervlakkiger lezen dan de kern van de tekst. Vaak bestaat lezen voornamelijk uit zoeken naar de kern.

* Een actieve leeshouding bevordert effectief lezen. Zit rechtop, met het hoofd recht en ontspannen schouders.

* Lees in een prettige omgeving. Zorg voor stilte, of een regelmatig achtergrondgeluid. Sommige muziek komt de concentratie ten goede, zolang het niet te luid is. Muziek met zang leidt af.

 

Lees de betekenis van de tekst, niet de formulering in woorden en zinnen. Graas met je ogen door de tekst, op zoek naar sleutelbegrippen en de belangrijke delen. Spreek de woorden niet in gedachten uit. Houd je lippen stil en probeer de inhoud van de tekst te begrijpen zonder zinnen of termen uit je hoofd te leren. Het lezen van de kop, de eerste alinea en de eerste zinnen van elke volgende alinea is vaak al voldoende om de kern van de tekst te begrijpen. Je hoeft niet alles te lezen!

 

Stop onmiddellijk als je merkt dat je niet meer weer wat je nu eigenlijk de laatste paar minuten gelezen hebt. Misschien lees je sneller dan je geheugen de nieuwe informatie kan verwerken. Neem wat rust, heroverweeg je leesstrategie en probeer daarna je concentratie te verbeteren.

Information overload?

 

Word jij ook overspoeld met kranten, tijdschriften, memo's, rapporten, boeken, e-mails, e-zines en ander materiaal om te lezen? Je kunt al die informatie veel efficiënter verwerken als je het systeem toepast dat we hier aanbevelen:

 

1. Verken het materiaal. Bekijk de inhoudsopgave en koppen. Waar gaat het over? Is het voor jou relevant?

2. Maak op een kladblaadje snel een visueel schema van de belangrijkste concepten.

3. Noteer in het schema de vragen die bij je opkomen. Wat wil je nu eigenlijk over de behandelde onderwerpen weten?

4. Lees doelgericht: zoek naar antwoorden op je vragen en verwerk de informatie tijdens het lezen.

 

Op deze manier lees je slechts een klein deel van alle informatie die op je af komt. Waarom zou je een heel tijdschrift lezen? Veel tijdschriften bevatten voornamelijk informatie van lage kwaliteit. Sneller lezen begint met kritisch selecteren wat je wilt lezen.

 

Waarom is het goed doelgericht te lezen?

 

Er zijn verschillende soorten "lezen". Een roman lees je ontspannen, lineair, van de eerste tot de laatste zin. Lezen om te leren is inspannend. Het doet een zwaar beroep op verschillende activiteiten in je hersenen. Als je studeert door de volledige tekst lineair te lezen merk je al snel dat je je concentratie verliest en dat je geen nieuwe informatie meer opneemt.

 

Om effectief te leren kun je beter doelgericht lezen:

 

* Gericht op leerdoelen en het beantwoorden van je vragen.

* Actief nadenken over wat je leest.

 

Daardoor zul je beter begrijpen wat je leert en kun je het beter onthouden.

 

Kritisch denken

 

Kritisch denken betekent dat je onafhankelijk van anderen informatie analyseert en beoordeelt. Door kritisch te denken kun je beter leren. (waarom?) Het helpt je om de ideeën in de leerstof te begrijpen en te onthouden. Kritisch denken kun je leren.

Wat is kritisch denken?

 

Kritisch denken kan op verschillende manieren worden gedefinieerd. De belangrijkste elementen van de verschillende definities zijn:

 

* Vooroordelen en subjectiviteit herkennen

* Onderscheid maken tussen hoofdzaken en bijzaken

* Onderscheid maken tussen relevante en irrelevante informatie

* Redelijke criteria hanteren bij het beoordelen van informatie

* Bewijzen of tegenvoorbeelden zoeken bij een bewering

* Alternatieve opvattingen overwegen

* Bereid zijn van mening te veranderen op grond van bewijzen en argumenten

* Jezelf vragen stellen over beweringen en conclusies, definities en bewijzen, meningen en overtuigingen

* Tegenstellingen waarnemen

* Bereid zijn om je eigen standpunten, opvattingen en overtuigingen uit te leggen, te verdedigen en aan te passen

* Zorgvuldig en welbewust bepalen in welke mate je een bewering zult aanvaarden of verwerpen

* Informatie verzamelen en kennis verwerven over een kwestie voordat je tot een oordeel komt

 

Kritisch denken, hoe doe je dat?

 

Om kritisch te kunnen denken over een onderwerp moet je eerst kennis van zaken hebben. De beste volgorde is:

 

1. Stel kritische vragen als prikkel om te leren.

2. Lees doelgericht en bestudeer de leerstof.

3. Denk kritisch over de nieuwe kennis, zoek naar antwoorden en vorm je een mening.

 

Stel vragen

 

Stel jezelf vragen bij het bestuderen van de leerstof, bijvoorbeeld:

 

* Is dit waar?

* Waarom is dat zo?

* Is dat een feit of een mening?

* Zijn de feiten verifieerbaar?

* Hoe komt de auteur tot zijn conclusie?

* Waarom is dit belangrijk?

* Hoe werkt dat dan?

* Komt deze informatie van een betrouwbare bron? Wat zeggen andere bronnen daarover?

* Is het taalgebruik van de auteur neutraal of emotioneel geladen?

 

Probeer de vragen zelf te beantwoorden, op basis van de informatie in de leerstof en informatie van andere bronnen.

 

Welke kritische vragen zinvol zijn verschilt sterk per vakgebied. Denk maar eens aan het vragen naar het bewijs van een stelling in de wiskunde en natuurwetenschappen, kunst en cultuur, psychologie, rechtsgeleerdheid of theologie.

 

Bij het bedenken van vragen kun je ook gebruik maken van de indeling in verschillende soorten vragen en van de praktische tips voor het bedenken van vragen bij de leerstof.

 

"I cannot teach anybody anything, I can only make them think."

 

Socrates.

Analyseer de argumentatie

 

Een andere benadering is het analyseren van de argumentatie van de auteur:

 

* Maak een schematische weergave van de argumenten die worden gehanteerd. Beoordeel de argumenten op hun deugdelijkheid en voorzie ze van commentaar.

* Ga na of er sprake is van drogredenen (trucs of irrelevante argumenten).

* Bedenk nieuwe argumenten (vóór of tegen).

* Kun je een tegenvoorbeeld bedenken om een bewering te ontkrachten?

* Trek je eigen conclusies op basis van de feiten en argumenten en vergelijk die met de conclusies in de leerstof.

 

Je kunt de volgende structuur gebruiken om argumenten te analyseren:

 

* Waarnemingen. Uit een reeks waarnemingen stellen we vast:

* Feiten. Uit een reeks feiten, of het ontbreken van feiten, maken we:

* Logische gevolgtrekkingen. Door de logische gevolgtrekkingen te toetsen komen we tot:

* Aannames. Op basis van onze aannames vormen we onze:

* Opinies. Met onze opinies en de beginselen van de logica ontwikkelen we:

* Argumenten. De argumenten van anderen toetsen we met:

* Kritische analyse. Waarbij je op zoek gaat naar de waarnemingen, feiten, logische gevolgtrekkingen, aannames en opinies die aan de argumenten ten grondslag liggen.

 

Bij het kritisch analyseren van argumenten kan het nuttig zijn de volgende redeneringen te onderscheiden:

 

Inductie

Uit een beperkt aantal waarnemingen een theorie afleiden die de feiten verklaart. Inductieve argumenten ondersteunen een conclusie, maar er is geen zekerheid over de juistheid of nauwkeurigheid van de conclusie.

 

Deductie

Als de aanname juist is, moet de conclusie ook juist zijn. Een deductieve redenering biedt zekerheid, maar de vraag is natuurlijk: waar komen de aannames vandaan?

 

Oefening: in verkiezingstijd zegt een politicus dat we minder vreemdelingen in onze samenleving moeten toelaten, omdat er anders problemen ontstaan in de grote steden. Welke waarnemingen, feiten, logische gevolgtrekkingen, aannames, opinies en argumenten zouden ten grondslag kunnen liggen aan dit standpunt? Maak hiervan een visueel schema. Welke andere standpunten zijn mogelijk met betrekking tot de instroom van vreemdelingen? Hoe analyseer je die? Tot welk standpunt voel je je het meest aangetrokken? Waarom?

 

"Criticism is a misconception: we must read not to understand others but to understand ourselves."

 

E.M. Cioran.

Maak onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken

 

Een hoofdzaak is datgene wat je als onmisbare informatie ziet in een tekst. Je kunt de hoofdzaken in een tekst pas aangeven als je de tekst goed gelezen hebt en je begrijpt waar de tekst over gaat. Het verkennen van een tekst kan je al aanwijzingen geven. Wat de hoofdzaken zijn wordt mede bepaald door het doel waarmee je de tekst leest. Hoofdzaken kunnen zijn:

 

* de essentie van de tekst

* de kerngedachten

* het centrale thema

* de uitspraken die de structuur van de tekst aangeven

* relaties, grondbegrippen, uitgangspunten, conclusies, principes, ofwel alles wat samenhang aangeeft

 

Bijzaken kunnen zijn:

 

* beweringen die niet direct in verband staan met de grote lijn van de tekst

* dingen die je al weet

* de inleiding of een situatieschets waarmee de auteur zijn betoog begint

* onderbouwing in de vorm van geannoteerde verwijzingen naar andere bronnen

* beschrijvingen van commerciële producten en diensten, die je bijvoorbeeld op websites veel aantreft

* herhalingen

* voorbeelden

* toelichtingen

 

Door onderscheid te maken tussen hoofdzaken en bijzaken kun je de relevante informatie selecteren en kun je het beter onthouden. Als je de hoofdzaken goed begrijpt en hebt verankerd in je geheugen, kun je de bijzaken en details makkelijker toevoegen, begrijpen en onthouden.

 

"Criticism should not be querulous and wasting, all knife and root-puller, but guiding, instructive, inspiring."

 

Ralph Waldo Emerson.

Oefening in kritisch denken

 

Een veelgebruikte truc in reclame is in te spelen op reëele diepe behoeften (bijvoorbeeld: vrijheid, rust, zekerheid, vriendschap) en daarmee een bepaald product te associëren.

 

Oefening: neem een televisiereclame in gedachten die je goed kent en denk er kritisch over na. Enkele suggesties:

 

* Aan welke reëele behoefte appelleert deze reclame?

* Welke trucs gebruiken ze om het product daarmee in verband te brengen?

* Voorziet het product eigenlijk wel in die behoefte?

* Hoe kun je in die behoefte voorzien zonder dat product?

* Wat is het belang van de reclamemaker?

 

De Socratische methode

 

De Griekse filosoof Socrates (470-399 voor Christus) was ervan overtuigd dat wijsheid in onze eigen ervaring verborgen ligt en dat je die kunt ontdekken door je eigen verstand te gebruiken. Hij heeft een methode aangereikt waarmee je kunt bepalen of een stelling juist is. De kern van de socratische methode is: kritische vragen stellen.

 

* Begin met een stelling die een zinnige opvatting lijkt te zijn. Bijvoorbeeld: Je moet altijd de waarheid spreken.

* Vraag naar de betekenis van de stelling. Bijvoorbeeld: Wat is waarheid?

* Kun je een situatie of context bedenken waarin de stelling niet opgaat? Bijvoorbeeld: Wat als je door te liegen iemands leven kunt redden?

* Zoja, dan moet de stelling onjuist zijn, of op zijn minst onnauwkeurig. Bijvoorbeeld: Het leven is van grotere waarde dan de waarheid.

* De stelling moet worden genuanceerd zodat de uitzondering erin past. Bijvoorbeeld: Je moet de waarheid spreken, tenzij zwaarwegende belangen dit onmogelijk maken.

* Herhaal dit proces met nieuwe vragen over de betekenis en uitzonderingen op de verbeterde stelling.

 

Je kunt de socratische methode toepassen in een tweegesprek, bijvoorbeeld in een discussie tussen twee opponenten of in een leergesprek tussen leraar en leerling:

 

* Om aan te tonen dat iemands opvattingen niet deugen.

* Om iemand te prikkelen tot nadenken.

* Om tot nieuwe denkbeelden en inzichten te komen over een bepaald onderwerp.

 

Socrates gebruikte de methode bijvoorbeeld om een opponent vragenderwijs tegenstrijdige uitspraken te ontlokken, waarna het voor hem duidelijk was dat de opvattingen van de opponent geen stand hielden.

Verleg je grenzen

 

Kritisch denken is bij uitstek geschikt om je grenzen te verleggen. Stel jezelf vragen waarop je het antwoord niet direct weet. Treed buiten de voorgekauwde leerstof. Verken alternatieve modellen en opvattingen.

 

Maak een schema van je eigen argumentatie of denkproces. Stel ook daarbij kritische vragen. Zo kom je makkelijker op nieuwe ideeën en leer je beter nadenken. Een goed kritisch denker kan uitleggen wat hij denkt en hoe hij tot zijn oordeel gekomen is.

 

"Criticism is the disapproval of people, not for having faults, but having faults different from your own."

 

Source Unknown.

Links naar elders

 

* Critical thinking: what it is and why it counts (Engels) - Een uitstekend artikel dat beschrijft wat de aard van kritisch denken is, onder andere aan de hand van een rapport van een groep internationale experts.

* Foundation for Critical Thinking (Engels) - Met name in de rubrieken "library" en "resources" is veel inhoudelijk materiaal te vinden over kritisch denken op verschillende niveaus.

* Goede websites over kritisch denken.

 

Waarom helpt kritisch denken om beter te leren?

 

* Je leert beter als je regelmatig stilstaat om na te denken over de leerstof dan wanneer je alles achter elkaar leest.

* Als je kritisch nadenkt over de leerstof dan zul je het beter begrijpen.

* Kritisch denken is een leerdoel op zichzelf. Leren betekent niet het overnemen van de ideeën van anderen of het kritiekloos aanvaarden van autoriteit. Leren betekent jezelf ontwikkelen, zelfstandig in staat zijn informatie te beoordelen en je op zorgvuldige wijze een mening te vormen.

* Uit onderzoek is een correlatie gebleken tussen kritisch denken, begrijpend lezen en schoolprestaties

 

Kenmerken van kritische denkers

 

Levenshouding en persoonlijkheidskenmerken:

 

* zijn eerlijk tegenover zichzelf, ook met betrekking tot vooroordelen, subjectiviteit, stereotypen en egocentrisme

* verzetten zich tegen manipulatie

* overwinnen verwarring

* stellen vragen

* baseren hun meningen op argumenten en bewijs

* zoeken naar verbanden

* zijn intellectueel onafhankelijk

* zijn onderzoekend wat betreft zeer uiteenlopende kwesties

* zijn graag goed geïnformeerd

* zijn zelfverzekerd met betrekking tot hun vermogen te onderzoeken en redeneren

* staan open voor andere opvattingen en zienswijzen

* zijn zorgvuldig bij het uitstellen, vormen en aanpassen van een oordeel

* zijn bereid hun meningen te heroverwegen en aan te passen naar aanleiding van eerlijke en kritische reflectie

 

Benadering van vraagstukken:

 

* formuleren duidelijk een vraag of zorg

* geordende aanpak van complexiteit

* zoeken ijverig naar relevante informatie

* zijn redelijk bij het kiezen en toepassen van criteria

* concentreren hun aandacht op het vraagstuk

* tonen doorzettingsvermogen als ze problemen tegenkomen

* zijn nauwkeurig in de mate die het onderwerp en de omstandigheden mogelijk maken

 

Samenvatten

 

Het is goed om een samenvatting te maken van de leerstof. (waarom?) Hiermee breng je structuur aan in de stof en formuleer je de hoofdzaken in eigen woorden.

Wat is een samenvatting?

 

Een samenvatting is:

 

* een verkorte weergave ...

* in eigen woorden ...

* van de hoofdzaken ...

* van de oorspronkelijke leerstof.

 

Een samenvatting is het antwoord op de vraag: wat staat er eigenlijk? Het bevat de belangrijkste gedachten van de verschillende delen van de tekst en van de tekst als geheel.

 

Je kunt kiezen uit twee soorten samenvattingen:

 

* Een samenvatting met dezelfde structuur als de leerstof.

* Een samenvatting per vraag die je hebt gesteld.

 

Welke vorm je kiest hangt af van je persoonlijke voorkeur en van de aard van het materiaal dat je wilt samenvatten. Als je meer dan één bron gebruikt, werk je het overzichtelijkst als je per vraag een apart blaadje neemt. Op dat blaadje zet je dan de antwoorden die de verschillende bronnen op de betreffende vraag geven, onder elkaar. Om ervoor te zorgen dat je later nog weet waar je welke informatie gevonden hebt, noteer je bij elk antwoord een bronbeschrijving. Op deze manier krijg je meteen de antwoorden van verschillende bronnen op dezelfde vraag bij elkaar. Daardoor wordt het makkelijker om de verschillende antwoorden met elkaar te vergelijken.

Hoe maak je een samenvatting?

 

Maak onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken. Wat de hoofdzaken zijn hangt af van je leerdoel en van wat je al weet. Om de hoofdzaken te kunnen onderscheiden moet je kritisch denken over de leerstof aan de hand van de vragen die je jezelf hebtgesteld. De hoofdzaken verwerk je in de samenvatting, de bijzaken laat je weg. Durf te selecteren. Juist het niet onderscheiden van hoofd- en bijzaken is er de oorzaak van dat je de grote hoeveelheid onsamenhangende informatie snel vergeet.

 

Maak gebruik van de structuur in de leerstof. Vaak kun je die structuur overnemen in de samenvatting.

 

Formuleer de samenvatting in je eigen woorden. Daarmee dwing je jezelf om de leerstof te lezen, verwerken en begrijpen en je legt zo verbanden met kennis die je al hebt. Het is veel minder nuttig om teksten letterlijk over te nemen.

Alinea samenvatten

 

Lees de alinea eerst twee keer. Onderstreep sleutelwoorden.

 

De belangrijkste informatie of hoofdgedachte van een alinea staat in een kernzin, waaraan de andere zinnen ondergeschikt zijn. In de kernzin staat meestal meer globale en algemenere informatie dan in de andere zinnen van de alinea. De kernzin is vaak de eerste, de tweede of de laatste zin van de alinea. Vat de kernzin kort samen. Schrap de woorden of zinsdelen die niet essentieel zijn.

 

In het begin van de alinea geeft de schrijver vaak de structuur aan met een aankondiging of met signaalwoorden. Bijvoorbeeld: "Ik zal nu ingaan op..." of "Twee aspecten wil ik hier toelichten". Zulke structurerende zinnen kunnen helpen bij het vinden van de kern van een alinea.

 

Geef de kern van de alinea in eigen woorden weer. Dat kun je bijvoorbeeld als volgt doen:

 

1. Schrijf de sleutelwoorden uit de oorspronkelijke tekst op.

2. Formuleer zinnen met deze sleutelwoorden, zonder naar de oorspronkelijke tekst te kijken.

3. Vergelijk daarna wat je geschreven hebt met de oorspronkelijke tekst en controleer of je alle belangrijke elementen in je samenvatting hebt verwerkt.

 

Artikel samenvatten

 

Verken het artikel. Lees de kopjes en eerste zinnen. Zoek belangrijke woorden die je nog niet kent of begrijpt op in een woordenboek. Stel jezelf vragen over het artikel.

 

Bepaal de structuur van het artikel. Lees de inleiding en het slot. Hieruit blijkt welke onderwerpen in de kern belangrijk zijn. Vat de inleiding en het slot elk in één zin samen.

 

Lees het artikel zeker twee keer door. Markeer de opeenvolgende denkfasen die je in het betoog herkent. Vat elke denkfase in één zin samen. Vaak bestaat elke denkfase uit een blok van enkele alinea's die bij elkaar horen. Zo'n blok van alinea's gaat dan over een deelonderwerp van de hele tekst. Dit onderwerp wordt meestal aan het begin of einde van het blok aangekondigd met een stelling of vraag en afgesloten met een conclusie of samenvatting. De tussenliggende alinea's bevatten een uitwerking of onderbouwing van het deelonderwerp. Als in een alinea slechts een punt herhaald wordt of een voorbeeld wordt gegeven kun je het vaak weglaten of zeer beknopt samenvatten. Maar vaak heeft een schrijver in elke alinea wel iets belangrijks te melden dat in je samenvatting moet terugkomen.

 

Denk kritisch na over de inhoudelijke verbanden tussen de alinea's, waarvan je de kern al hebt ontdekt. Denk bijvoorbeeld aan oorzaak/gevolg-relaties, vergelijking/contrast, probleem/oplossing en andere structuren. Geef de verbanden duidelijk in je samenvatting aan met behulp van signaalwoorden. Enkele suggesties om kritisch te denken over het artikel:

 

* Waarom is dit artikel geschreven? Zorg dat het antwoord op deze vraag blijkt uit de samenvatting.

* Voor wie is het artikel geschreven?

* Door wie is het artikel geschreven? Wat is de achtergrond van de auteur? Is hij subjectief? Wat is zijn gezichtspunt?

* Wat is de bedoeling van de auteur? Als je dit begrijpt ben je beter in staat hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden.

* Waar en wanneer plaats je het artikel? Wat is de context waarin het geschreven is?

* Hoe onderbouwt de auteur zijn beweringen? Hoe zou zijn plan kunnen worden uitgevoerd?

* Wat zijn de belangrijkste beweringen en argumenten? Zijn deze juist?

 

Vat het artikel in zijn geheel in één zin samen. Een eerste concept-samenvatting kun je nu als volgt construeren:

 

1. Begin met de zin die het hele artikel samenvat.

2. Scrhrijf daaronder de zinnen die de opeenvolgende denkfasen samenvatten.

3. Breng structuur en verbanden tussen de delen aan, bijvoorbeeld met signaalwoorden.

 

Schrijven is schrappen. Verwijder herhalingen en overbodige informatie. Probeer alles zo kort en kernachtig mogelijk te formuleren.

 

Controleer of de samenvatting je belangrijkste vragen over het artikel beantwoordt.

 

Lees de samenvatting nog eens na en maak er een vloeiende tekst van. De samenvatting moet uiteraard grammaticaal correct zijn en geen taal-, stijl- of spelfouten bevatten.

Eigen informatie toevoegen?

 

In het voortgezet onderwijs wordt leerlingen geleerd bij het maken van een samenvatting geen eigen informatie, argumenten of inzichten toe te voegen aan die van de oorspronkelijke auteur. Één van de redenen daarvoor is dat de samenvatting vooral een instrument is voor de docent om het tekstbegrip van de leerling te beoordelen.

 

Wanneer je voor jezelf een samenvatting maakt als onderdeel van het actief verwerken van de stof, zoals we dat hier bepleiten, dan is er niets op tegen om informatie, argumenten en inzichten toe te voegen. Het kan zelfs een goede manier zijn om verbanden te leggen tussen bestaande kennis, onderdelen van de leerstof en nieuwe inzichten die je gaandeweg ontwikkelt. Eventueel kun je bij de toegevoegde informatie de bron noteren, zodat je later kunt verantwoorden hoe je eraan bent gekomen.

Hulpmiddelen

Driekolommenschema

 

Een handig hulpmiddel om een artikel samen te vatten is het driekolommenschema. In elk vak in het schema schrijf je één zin die het betreffende deel van de tekst samenvat.

 

 

Samenvatting van één alinea Samenvatting van een blok alinea's Samenvatting van de hele tekst

Als je een goed schema gemaakt hebt dan zou je in staat moeten zijn de tekst in grote lijnen na te vertellen aan de hand van het schema. Doe dit als controle.

Visueel schema

 

Je kunt een visueel schema gebruiken als basis voor je samenvatting. Dit is met name nuttig bij complex materiaal dat je diepgaand moet bestuderen voor je het kunt samenvatten. Het visueel schema is vooral geschikt om de structuur van de stof weer te geven.

Computer gebruiken

 

Bij het maken van een samenvatting kun je goed gebruik maken van de computer. Zo kun je de samenvatting tijdens het leren voortdurend uitbreiden met nieuwe kennis en inzichten. Dit is vooral nuttig als je kiest voor een samenvatting per vraag die je hebt gesteld. Een goede vorm is bijvoorbeeld:

 

* Maak een map voor het onderwerp dat je wilt bestuderen.

* Groepeer je vragen in categorieën. Per categorie maak je een submap.

* In de submap maak je per vraag in de betreffende categorie een bestand, bijvoorbeeld met de tekstverwerker Word.

* Per vraag schrijf je de samenvatting van de leerstof in het bestand. Gebruik hyperlinks om verwijzingen te maken naar andere vragen of naar achtergrondinformatie op het web. Binnen de samenvatting kun je structuur aanbrengen met een indeling in hoofdstukken en paragrafen, met gekleurde markeringen, commentaar bij bepaalde onderdelen etc.

 

Waarom een samenvatting maken?

 

* Door de hoofdzaken van de leerstof te formuleren in je eigen woorden, dwing je jezelf om de leerstof doelgericht te lezen, verwerken en begrijpen en het wordt daardoor beter in je geheugen verankerd.

* De samenvatting is een uitstekend hulpmiddel om de kennis later terug te roepen in je geheugen.

* Je ontdekt in hoeverre je de leerstof actief beheerst en in staat bent het zelf onder woorden te brengen.

* Je brengt structuur aan in de leerstof.

* Je maakt onderscheid tussen hoofdzaken en bijzaken, waarna je de hoofdzaken beter kunt leren en onthouden.

* Je brengt losse onderdelen van de leerstof samen in een breder conceptueel raamwerk.

* Je kunt een samenvatting gebruiken om een grote hoeveelheid onsamenhangende leerstof te ordenen. In de samenvatting kun je verwijzingen opnemen naar bronnenmateriaal met detailinformatie.

* Het maken van een samenvatting is een goede eerste leerfase, die dient als basis voor diepgaandere studie.